De Zanger

Coen Honig begon met zingen op de Vrije School in Rotterdam. Op 17-jarige leeftijd werd hij lid van het Rotterdams Barok Ensemble, waar hij onder leiding van Kees Glaubitz zijn eerste kleine solo’s zong.

 

Hij nam zangles bij Barbara Endendijk en ging zingen in het Toonkunst koor in Rotterdam, onder leiding van Jan Eelkema. Daar werd hij al snel ook lid van het kleinkoor. Naast zijn opleiding tot verpleegkundige nam het zingen al snel ongeveer net zo veel tijd in beslag.

 

Coen zong liedrecitals met Arjan Hageman en Kees Langeveld aan de piano en kreeg zijn eerste belangrijke solo als amateurzanger bij datzelfde Rotterdams Barok Ensemble waar hij zo vroeg in zijn leven al zong, waar hij de kans kreeg om de rol van Aeneas te zingen in de opera “Dido and Aeneas van Purcell”.

 

In die tijd, rond 1987 verhuisde Coen naar Den Haag, werd lid van Het Residentie Kamerkoor onder leiding van Gerard Akkerhuis (en later, na diens overlijden, Jos Vermunt), nam zangles bij Sylvia Schlueter en begon met vier medekoorleden en een pianist het ensemble Opus ’90, waarmee hij 15 jaar vokale kwartetmuziek ten gehore bracht.

 

Inmiddels was Coen als verpleegkundige afgestudeerd. In 1993 bleek hij ernstig ziek te zijn. Enkele jaren waren de perspectieven somber, maar vanaf 1997 werd zijn gezondheid weer beter, en kon hij weer gaan zingen.

 

De lokroep naar het beroepsmatig met zingen bezig zijn is er altijd al geweest, en werd in de jaren na Coen’s ziekte steeds sterker. Hij besloot om de Schumann Academie te gaan doen. Met hulp van Sheila Barnes, en later Ronald Klekamp, Margreet Honig en Ingrid Kapelle, studeerde hij in 2010 af als klassiek zanger.

 

Belangrijk in de muzikale ontwikkeling van Coen waren de Dartington International Summerschool, en de AIMS International Music School. Coen zong er solistisch in barokopera’s onder leiding van Anthony Rooley, en in Masterclasses van o.a. Evelyn Tubb, Emma Kirkby, John Shirley Quirck. Ook zong hij in de AIMS cursussen rollen in opera’s van Puccini (Gianni Schicchi, La Boheme) en Poulenc (Dialogue des Carmelites).

 

Coen zong vele solo’s in cantates van Bach en in het Weihnachtsoratorium. Daarnaast vertolkte hij de bas solo’s in Haydn’s Stabat Mater, Initatio van Joost Kleppe, Passionen van Heinrich Schuetz, Via Crucis van Liszt en veel meer.